Kleurencombinaties maken.

geplaatst in: blogserie: kleur, intuitief schilderen, tips, tutorials | 0

Het is als kunstenaar handig om wat van kleurencombinaties af te weten. Maar hoe zit dat nu als je intuïtief schildert?

Ik werk nooit met vooraf bedachte kleurencombinaties namelijk. Nee, de gedachte staat me al tegen…

Toch is het goed om er wat van te weten. Ook al maak je van te voren geen kleurenplan.

Als je de kleurencirkel bekijkt kun je heel eenvoudig verschillende kleurencombinaties er uit halen. De combinaties die ik je wil uitleggen zijn deze:

  • monochroom
  • analoog
  • complementair
  • split complementair
  • triade
  • tetrad

Als je een kleurencirkel hebt als die ik heb staan ze er op. Wat houden deze kleurenschema’s in? Wat voor effect geeft de combinatie? Ik ga het je vertellen. Als ik het over een toon of een schaduw heb kun je die ook mengen door gebrande sienna te gebruiken in plaats van zwart en gebrande sienna met wit in plaats van grijs.

 

Monochroom:

Bij dit schema gebruik je één kleur, van deze kleur gebruik je ook de tint, toon en/ of de schaduw. Wat houdt dat in? Je kiest bijvoorbeeld groen. Dan gebruik je naast de pure kleur groen een tint hiervan (dan meng je groen met wit), en misschien ook wel een toon (mengen met grijs) of een schaduw (mengen met zwart). Je kunt dan een deel van je kunstwerk (of helemaal) met deze kleuren invullen. Deze monochrome kleuren geven een rustig beeld.

Analoog:

Dit is geeft ook weer een rustig kleurenbeeld weer. Je kiest nu de kleuren die naast elkaar op de kleurencirkel staan uit. Gebruik je meer dan 5 kleuren, dan gaat het effect wel verloren. Bijvoorbeeld: roodviolet, rood, roodoranje en oranje.

Complementair:

Dit is een dynamische combinatie. Hij bestaat uit twee kleuren die tegenover elkaar staan. Bijvoorbeeld: blauwgroen en roodoranje. Deze kleuren versterken elkaar. Als je wat beweging in je kunstwerk wil aanbrengen of je wil iets naar voren halen, dan is dit contrast daar heel goed voor!

Split complementair:

Dit is ook een dynamische combinatie. Hij lijkt op het complementaire schema, alleen kies je nu niet de kleur die er recht tegenover staat, maar de twee kleuren die naast de complementaire kleur staan. Bijvoorbeeld: blauwviolet, oranje en geel.

Triade:

Bij dit schema kies je drie kleuren die op gelijke afstand van elkaar staan. Het is dynamisch, maar ook rustig en evenwichtig. Bijvoorbeeld: de primaire kleuren samen.

Tetrad:

Nu gebruik je vier kleuren, twee setjes van complementaire kleuren. Bijvoorbeeld: blauwgroen en oranjerood, roodviolet en geelgroen. Als je deze combinatie nog dynamischer wil, moet je er voor zorgen dat één setje complementaire kleuren een stapje verplaatst. Bijvoorbeeld: blauw en oranje, roodviolet en geelgroen.

 

 

Deze theorie is goed om te weten als kunstenaar. Je kunt er namelijk heel leuk mee oefenen en experimenteren. De volgende keer zal ik je hier een leuke opdracht over geven!

 

Liefs Lisetthe ♥

 

Wil je dit bericht delen via social media? Dat vind ik erg leuk!

Wist je dat de workshops allebei al vol zitten?! Ik heb er zin in!

Pin on PinterestShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Laat een reactie achter